Ouderen hebben gemiddeld meer woonruimte dan jongeren
Vrijwel overal is de gemiddelde woonoppervlakte toegenomen, alleen in Flevoland is de woonruimte met een halve vierkante meter afgenomen. Inwoners van Noord-Drenthe zijn er met vijf vierkante meter het meest op vooruitgegaan. In de Randstad is de gemiddelde woonoppervlakte kleiner dan in de gebieden daarbuiten. In Groot-Amsterdam wonen mensen het krapst, in Midden-Limburg het ruimst.
Mensen van 70 jaar of ouder hebben gemiddeld de meeste woonoppervlakte. Zij hebben in 2026 drie vierkante meter meer woonruimte dan in 2016. In Zuidoost-Friesland, Zuidoost-Drenthe en Zuid-Limburg hebben zij met iets meer dan 92 vierkante meter de grootste woonoppervlakte. In Groot-Amsterdam (70 vierkante meter) en de Zaanstreek (70 vierkante meter) wonen 70-plussers het krapst.
Jonge mensen (15 tot 20 jaar) starten met een woonruimte van gemiddeld 58 vierkante meter. Naarmate ze ouder worden, neemt dit iets af. Dit komt doordat ze gaan samenwonen en/of kinderen krijgen. Als er meer mensen in een huis wonen, wordt dezelfde woning met meer mensen gedeeld, en dus wordt de woonoppervlakte per persoon kleiner. Vanaf ongeveer 40 jaar hebben mensen weer meer woonruimte. Dit komt doordat kinderen uit huis gaan, scheidingen, en op hogere leeftijden ook het overlijden van een partner. Hierdoor komen mensen vaker alleen te wonen en hebben ze dus meer ruimte voor zichzelf. Zelfstandig wonende alleenstaande of samenwonende 70-plussers wonen het ruimst; gemiddeld 81 vierkante meter. Tussen 2016 en 2026 nam vooral de woonruimte per persoon voor 70-plussers toe.
Mannen wonen naar verhouding ruimer dan vrouwen tot ze 55 jaar zijn. Hierna hebben vrouwen gemiddeld meer woonoppervlakte. Vooral bij 70-plussers wordt het verschil tussen mannen en vrouwen groter. Dit komt mogelijk doordat mannen jonger overlijden, waardoor vrouwen gemiddeld vaker alleen achterblijven in een woning.




